Augustus 2026. Er zijn dagelijks temperaturen boven 35°C, oplopend naar wel 40°C. Langzaam begint de natuur haar kleuren te verliezen; het landschap ziet er steeds dorrer en droger uit. Wat is het dan fijn dat olijfbomen zo onvoorstelbaar sterk zijn. Hun altijd zilvergroene blaadjes zijn in deze meedogenloze hitte een absoluut genot om naar te kijken.
De ‘Benizar’ olijfboom, onze lokale trots die officieel te boek staat als de Gordal de Hellín, is hier het perfecte bewijs van. Deze robuuste boom is een ware overlever. Waar hij in de winter uitstekend bestand is tegen de vorst, trotseert hij nu onverstoorbaar de brandende zomerzon. Tussen het dichte bladerdek door zie je de olijven al groeien. Het zijn kenmerkende grote, asymmetrische en vlezige vruchten met een dubbel doel: straks worden ze niet alleen geplukt om als heerlijke tafelolijf te dienen, maar persen we er ook een extreem hoogwaardige, verfijnde olijfolie van.
Maar hoe sterk de Benizar ook is, omdat het al weken niet meer geregend heeft is water geven nu absolute noodzaak.
In onze boomgaard hanteren we hiervoor de nog traditionele manier. Er worden geulen en compartimenten gegraven, het water komt van ver en de oude sluisjes moet je zelf openzetten, zodat de stroom de boomgaard ook daadwerkelijk bereikt. Het is een bijzonder systeem waarbij je het water per uur betaalt, en niet per liter.
Veel olijfboeren zijn inmiddels overgegaan naar het moderne systeem van een waterpomp. Zij leggen irrigatieslangen om de bomen en kunnen tijdens de hitte gewoon siësta gaan doen. Wij kiezen voor het handwerk. Onze bomen worden vertroeteld en krijgen daardoor extra aandacht. Zeker als we vierentwintig uur lang het water door de geulen laten stromen en over de boomgaard waken, voel je de diepe verbinding met de traditie en de natuur.